Bijzonder onderwijs; ja of nee?

Geschiedenis
In 1806 bepaalde Napoleon dat er een strenge scheiding moest zijn tussen kerk en staat en dat alleen openbaar onderwijs was toegestaan.
In 1848 nam Thorbecke de vrijheid van onderwijs in de wet op, maar alleen het openbaar onderwijs werd door de staat bekostigd.
De verzuiling nam in de negentende eeuw sterk toe en Katholieken waren niet bereid hun kinderen naar Protestants of openbaar onderwijs te sturen en voor Protestanten gold hetzelfde. Er moest dus, echt Nederlands, een compromis gevonden worden. Bij de Pacificatie van 1917 werd een uitruil overeengekomen. De confessionelen stemden in met het algemeen mannenkiesrecht in ruil waarvoor bijzonder onderwijs werd gelijkgesteld met openbaar onderwijs.

Ontwikkelingen
De diversificatie van Nederland  doet een wildgroei aan bijzonder onderwijs ontstaan waarvan de kwaliteit steeds moeilijker  gewaarborgd kan worden.  Ondermeer de problemen met Gülenscholen tonen nu aan dat het systeem de houdbaarheidsdatum heeft bereikt en dat ouders problemen over de hoofden van hun kinderen uitvechten.
Moeten wij nu overstappen op het Franse systeem?  Op 9 december 1905 werd  daar de laïciteit officieel bekrachtigd door een wet die de Kerken van de Staat scheidde. Door de laïciteit in de overheidsinstellingen te verwortelen en geen enkele religie officieel te erkennen, gaat deze wet uit van vrijheid van geweten en religie, vrijheid van organisatie voor de verschillende geloofsgemeenschappen, maar ook hun gelijkheid ten opzichte van een wet die geen enkele religie als zodanig erkent, maar wel het recht op een plek voor geloofsbelijding, en neutraliteit van de overheidsinstellingen. Deze neutraliteit geldt in het bijzonder voor scholen en voor de vrijheid van onderwijs.
Toch ontstonden er ook hier problemen. Om het hoofd te kunnen bieden aan deze moeilijkheden en debatten, die ook nu weer de scholen als centraal aandachtspunt hebben, is er op 3 juli 2003 door de President van de Republiek een commissie ingesteld onder leiding van Ombudsman, Bernard Stasi. Op 11 december heeft deze commissie haar voorstellen ingediend. Op basis daarvan heeft Jacques Chirac op 17 december 2003 de volgende maatregelen aangekondigd: een eerste wet die het dragen van opvallende religieuze tekens op school verbiedt; een tweede wet over de toepassing van het laïciteitsprincipe in ziekenhuizen. Een speciale instelling zal toezien op de juiste toepassing van de laïciteit en een codex worden opgesteld ten aanzien van de laïciteit voor mensen die voor de Overheid werken.

De gekozen richting is dus die van een bevestiging van het laïciteitsprincipe binnen de Franse Republiek.

En nu Nederland! Volgens de huidige staatssecretaris Dekker is de verzuiling niet meer van deze tijd. Daarom ligt er nu een wetsvoorstel op het ministerie van onderwijs om de onderwijsvrijheid te moderniseren. Scholen mogen volgens die wet ook 'richtingvrij' opgericht worden. Een goed schoolplan en deugdelijk onderwijsconcept waar veel ouders belangstelling voor tonen, is voldoende. Maar wie zullen hun kans grijpen om een school te stichten? Alleen de onderwijskundigen, ouders en leraren met progressieve didactische ideeën, of ook ouders met in Nederland onwelgevallige politieke overtuigingen? Is het dan toch een beter idee om al het onderwijs maar openbaar te maken?

Mijn persoonlijke mening
Ik voor mij ben geneigd voor het laatste te kiezen. Hoewel niet godsdienstig ben ik wel voor vrijheid van religie, maar ik ben ook van mening dat vrijheid van bijzondere scholen een deling in de Nederlandse maatschappij veroorzaakt. Waar de autochtone Nederlanders steeds meer kiezen voor secularisatie, zijn immigranten juist sterk religieus. Door kinderen van emigranten op bijzondere scholen onder te brengen wordt hun integratie mijns inziens bemoeilijkt.
Ik ben er daarom voorstander van om bijzonder onderwijs te verbieden en ook, in navolging van de Fransen, de laïciteit in de zorg en het onderwijs in de wet op te nemen.
Misschien zou men nog verder kunnen gaan door ook politieke parijen gebaseerd op een godsdienstige overtuiging te verbieden. Maar dat zal weinig zin hebben. Je krijgt de godsdienst daarmee niet uit de mens.

Hans van den Bos